Advo-coach

De Advocatenorde stelt ‘advo-coaches’ voor om advocatuur en allochtone rechtenstudenten nader tot elkaar te brengen.

Volgens Anja Oskamp, decaan van de rechtenfaculteit van de VU, zijn er heel wat studenten die of eerste generatie zijn of niet over een netwerk beschikken dat hen op een gemakkelijke manier in contact brengt met de beroepsgroep.

In januari las ik het artikel Advo-coaches’ brengen meer diversiteit bij Mr. Online, waaruit bovenstaande quotes komen. En al sinds januari denk ik daar zo af en toe eens over na. In beginsel een prima initiatief lijkt me, om studenten die geen ingang bij de advocatuur hebben, maar die wel een carrière in de advocatuur ambiëren op weg te helpen en te introduceren bij deze beroepsgroep. Maar waarom die nadruk op de allochtone rechtenstudent?

Ik ben de eerste jurist in de familie. Op mijn opa (die architect was) na, geloof ik niet dat ik verder nog academici in mijn (naaste) familie heb. Ik beschik dus ook niet over een netwerk dat mij op een gemakkelijke manier in contact brengt met de beroepsgroep. Maar ik ben geen allochtoon en dus moet ik het zelf maar voor elkaar zien te krijgen? Is dat niet een beetje gek? Want als er -dus- autochtone rechtenstudenten zijn zonder een dergelijk netwerk, dan zou je toch bijna zeggen dat er ook allochtone rechtenstudenten bestaan die juist wél over zo’n netwerk beschikken? En zij krijgen dan wel een advo-coach, terwijl de allochtone student erbij staat en ernaar kijkt. En als je als allochtone rechtenstudent nou helemaal geen trek hebt in een advo-coach? Wordt hij je dan alsnog opgedrongen? Of komt die coach dan beschikbaar voor een gemotiveerde autochtoon?

Bovendien is ‘allochtoon’ ook wel erg breed. Alle allochtonen? Of alleen niet-westerse allochtonen? En welke definitie van ‘allochtoon’ gebruik je? Die waarin je allochtoon bent als je zelf in het buitenland bent geboren? Die waarin je allochtoon bent als jijzelf óf een van je ouders in het buitenland is geboren? Of die waarin je allochtoon bent wanneer jijzelf óf een van je ouders óf een van je grootouders in het buitenland is geboren?

Om ge-advo-coacht te worden moet je dus rechtenstudent zijn, een carrière in de advocatuur ambiëren, niet over een netwerk beschikken dat dat mogelijk maakt én je moet allochtoon zijn.
Ik studeer rechten, ik wil de advocatuur in, ik heb geen juridisch netwerk én -geloof het of niet- volgens de laatste definitie die ik net gaf van ‘allochtoon’ voldoe ik dus óók aan die voorwaarde; mijn oma is van niet-Nederlandse afkomst.

Laat die advo-coach maar komen! Voorkeuren: strafrecht en letselschade. Of gaat het een tikkie te ver om eisen te stellen?

Posted in Algemeen | Tagged , , , , | 4 Comments

The lawyer wears Prada

Picture this: Na twee zwangerschappen is je kledingkast een bonte verzameling van positiekleding, te grote kleding, comfortabele kleding en te kleine kleding. Met twee kleine kinderen is het vlekgevaar natuurlijk redelijk hoog, dus over het algemeen is een makkelijke spijkerbroek met een makkelijk shirt de beste kledingkeuze die je kunt maken. Niet helemaal zoals je het zelf graag zou zien, je zou er liever hip en happening bijlopen, maar die tijd komt wel weer. Als je kinderen wat groter zijn en beter zijn in mikken, als ze weer eens een glas limonade omkiepen.

In deze setting krijg je dan plotseling bericht dat je op stagegesprek mag komen. Je verwacht er niet veel van, je had heel dat gesprek al niet verwacht, maar je wilt natuurlijk toch een verpletterende indruk maken. En dat lukt dus écht niet in je sweater met pindakaasvlekken (heerlijk, zo’n dikke knuffel na het ontbijt).

Zo ongeveer stond het er in Huize Josanne voor op de dag van dat stagegesprek. Totaal geen ervaring met advocatenkantoren en hun inwoners, dus ik gokte op ‘netjes’. Een witte blouse, maar daar scheen m’n bh doorheen. Topje eronder. Of het puur psychisch was of niet daar ben ik nog steeds niet achter, maar m’n bh scheen ook dáár nog doorheen. Spencer eroverheen. M’n bh was niet meer zichtbaar, maar damn wat maakte dat me dik! De tijd begon te dringen, dus het moest maar. De beste spijkerbroek uit mijn collectie eronder, laarzen met hakken… Het kon ermee door.

Tegen al mijn verwachtingen in had ik een stage te pakken. Ik belde nog even voor de laatste details, had moeite om niet ál te jubelend te klinken en wilde net ophangen en een rondedansje doen toen ik nog net hoorde zeggen ‘en op werkdagen liever geen spijkerbroek dragen. Is dat een probleem?’
‘Nee hoor, natuurlijk niet,’ hoorde ik mezelf heel kalm zeggen. Ondertussen gingen in mijn hoofd werkelijk álle alarmbellen rinkelen. Shiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiit!!!

Ik had nog niet opgehangen of ik rende naar de slaapkamer. In een blinde paniek trok ik alles uit de kast. Spijkerbroek, Zumba Capri, spijkerbroek, spijkerrok, Zumba Cargo, spijkerbroek, spijkerrok…. Verslagen zakte ik tussen al het spijkerstof. Screwed, dat was ik.
Toen mijn kast bijna helemaal leeg was, haalde ik van ergens achterin op een plankje een zwarte broek tevoorschijn. Ha! Ik had écht niet alleen maar spijkerbroeken dus! Ik trok de broek aan, kreeg ‘m zowaar ook nog dicht, dus als ik de rest van de dag geen adem meer zou halen kon dat best. Tot ik in de spiegel keek. Een rollade was er niets bij.

Gelukkig zag ik op die plank nog een andere zwarte broek. Met krijtstreepje. Hoe sjiekies was dat! Ik trok de broek aan, liep naar de spiegel en ondertussen zakte de broek tot op m’n enkels. Deze broek was duidelijk uit mijn between pregnancies-periode. Hoe dan ook, toen ik alle spijkerstof, Zumba Wear, te groot, te klein of positie apart had gelegd had ik niets meer achter de hand. Hoe moest ik, met twee kleine kinderen, in vredesnaam binnen een week lawyer proof-kleding scoren?

Internet! Vandaag besteld, morgen in huis! Ik klikte en ik klikte en ik klikte en ik hoopte maar dat ik de maat goed zou gokken, dat de modellen me zouden staan, dat de stof een beetje ok zou zijn… En ik wachtte af. De postbode werd helemaal knettergek van me die week; pakjes brengen, pakjes halen, pakjes ruilen. Maar mijn missie was geslaagd. Met nog een heel weekend te gaan had ik genoeg in mijn kast hangen om een paar weken vooruit te kunnen. Problemen zijn er om opgelost te worden.

Op zaterdag bekeek ik mezelf in de spiegel. Haar opgestoken maar niet truttig, goeie broek, fijne trui, ge-wel-di-ge laarzen… Ik zag er werkelijk uit als een heuse rechtenstudente. Toen liep ik naar de gang om mijn jas aan te trekken. Mijn winterjas. Van spijkerstof. Verflixt!

It is not important what I am, but what I am… becoming…!*

*uit Red Dragon

Posted in Algemeen, Stage, Werk | Tagged , , , , , , | 1 Comment

Op tentamen

De hele dag lijkt voorbij te kruipen. Je probeert nog wat te stampen, je wilt je korte termijn-geheugen nog even flink aan het werk zetten… Het liefst zou je álle stof in je korte termijn-geheugen zetten, zodat je zeker weet dat je de kennis vanavond paraat hebt. Je maakt wat oefenopgaven, je zucht diep als blijkt dat je wéér hetzelfde feit over het hoofd hebt gezien. Je denkt er zelfs even over om maar helemaal niet te gaan, want zo hoog schat je je kansen bij nader inzien helemaal niet in.

Dan wordt het tijd om te vertrekken en je gaat toch. Onderweg probeer je alles voor jezelf nog eens te herhalen. Je eet wat, je koopt cola of Red Bull voor de nodige energie en je komt aan in het studiecentrum. Je gaat zitten en als makke schapen komen medestudenten binnen. Diep in gedachten verzonken, of nog met de neus in de boeken. Het is stil, niemand praat.
Er komt een medewerkster vertellen dat je naar het lokaal mag, als je wilt. Als lammetjes die naar de slachtbank geleid worden staat iedereen zwijgzaam op en zoekt zijn tafel. Eenmaal in het lokaal mag je alleen de toegestane hulpmiddelen op je tafel hebben. Nog snel wat aantekeningen doorkijken mag niet. Sommige studenten lopen het lokaal weer uit voor wat last minute-stampwerk.

Het is 7 uur, de deuren gaan dicht en het tentamen wordt uitgedeeld. Je kalkt op kladpapier, je probeert een samenhangend verhaal te schrijven op het uitwerkpapier. De tijd tikt door en je werkt als een bezetene. Je leest, je zoekt op, je schrijft, je denkt, je bedenkt iets anders en je schrijft, je schrijft, je schrijft. Om 9 uur zegt de surveillant dat je nog ongeveer een uur de tijd hebt. Het zweet breekt je uit en je schrijft sneller en meer en sneller en meer. Dan is het 10 uur en moet je ophouden. Je handschrift op de eerste bladzijde is schoonschrift vergeleken met dat op de laatste bladzijde. Schrijfkramp, moe, uitgedroogd… Je verlaat het lokaal en je gaat naar huis. Slapen. Dat is alles wat je nog wilt.

De volgende dag check je om het uur op Studienet of het voorlopige antwoordmodel al online staat. Je hart maakt een sprongetje als je ziet dat het er is, maar het bestand openen durf je nog niet aan. Je haalt diep adem, opent het toch en als een razende lees je de antwoorden, het aantal punten dat voor ieder antwoord gegeven worden en je probeert snel te rekenen. Dat lukt niet. Je leest de antwoorden nog eens rustig. ‘Dat heb ik genoemd!’ 2 Punten. ‘Dat heb ik opgeschreven!’ Nog eens 2 punten. Je telt en je rekent, maar je rekent wel krap. Je wilt jezelf niet rijk rekenen. Er zijn drie mogelijke uitkomsten: ‘Ik zou het gehaald kunnen hebben, ik zou het gehaald kunnen hebben als er een vraag wordt geschrapt/als die beredenering ook goed wordt gerekend/als dat antwoord ook klopt, dit mag ik zo goed als zeker gaan herkansen, over 2 maanden.’ Welke uitkomst je ook denkt te hebben, je weet het pas zeker als de definitieve resultaten bekend gemaakt worden en dat kan tot zes weken duren. Er rest je nu niets anders dan afwachten…

Posted in Algemeen, Studie, Tentamen | Tagged , | 2 Comments

en dan (nog) de studie

Elke zes weken verschijnt de Modulair, uitgegeven door de OU met daarin informatie, interviews en ander nieuws. Een vaste rubriek is ‘en dan (nog) de studie’, waarin een student een aantal vragen beantwoordt. Ik ben (nog) niet gevraagd voor deze rubriek, maar het leek me wél leuk om de vragen te beantwoorden en op die manier te laten zien hoe ik studeren bij de OU in mijn leven heb ingepast.

Studeren bij de Open Universiteit kan vanuit verschillende motieven. Interesse, vergroten van de deskundigheid of gaan voor die felbegeerde academische titel. Al dan niet om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Zo’n solistische studie vereist echter ook de kunst van het inpassen in een leven dat zich in velerlei opzichten kenmerkt door drukte. En dan nog de studie. Hoe inventief zijn onze studenten? Aan het woord is Josanne (30), studente Rechtswetenschappen.

Belangrijkste bezigheden overdag?
Mijn zoons zijn nu 3 en 1 en zij weten mij bijzonder goed bezig te houden overdag. Eten, drinken, spelen, slaapjes, luiers… Twee dagen per week gaan ze naar het kinderdagverblijf; op een van die dagen doe ik vrijwilligerswerk, de andere is een studiedag.

Studeer bij de Open universiteit sinds…
Mei 2007. Ik was 8 maanden zwanger van mijn oudste zoon toen ik besloot dat ik de studie wilde gaan doen waar ik al vaker over had nagedacht, maar waar het nooit van gekomen was. In overleg met mijn man heb ik toen gekozen voor de Open Universiteit en ongeveer een week later ging ik enthousiast aan de slag.

Wo-studie of een enkele cursus?
De hele studie, met het doel na de zomer van 2015 te beginnen als advocaat-stagiaire.

Nog te gaan?
Veel. Ik hoop in 2011 de laatste vakken van de propedeuse te halen en de eerste vakken van de post-propedeuse. Uiterlijk in 2014 wil ik beginnen met de masterfase.

Andere bezigheden waarvoor de studie moet wijken?
Al van kleins af aan lees en schrijf ik heel graag. Soms ga ik achter mijn iMac zitten om een studieopdracht te maken en als ik dan na een tijdje ophoud met tikken, heb ik allerlei teksten geschreven die helemaal niets met de studie te maken hebben. Mijn smaak in boeken is heel breed, van literatuur tot chicklit. Mijn favoriete schrijfster is Tess Gerritsen; zij schrijft vooral medische thrillers. Heerlijk om ‘s avonds in een hoekje van de bank te kruipen en urenlang alleen maar te lezen.

Blijft wekelijks (gemiddeld) over voor de studie?
Ik probeer elke week 20 uur te studeren. Op maandag, als mijn zoons naar het kinderdagverblijf zijn, ben ik de hele dag bezig. Verder probeer ik zoveel mogelijk de avonden mee te nemen en op zondag verdwijn ik vaak ook naar de studeerkamer, terwijl mijn mannen dan met z’n drietjes iets ondernemen.

Studieproblemen?
Niet zozeer de studie an sich, maar meer het plannen. Mijn planningen zijn vaak heel gedetailleerd en ook vrij strak, dus als er iets onverwachts gebeurt is het eigenlijk altijd mijn studie die eronder lijdt. Als de kinderen bijvoorbeeld ziek worden op maandag en dus niet naar het kinderdagverblijf kunnen moet ik de rest van de week 8 á 9 uur studie zien in te halen. Vertraging in mijn planning is dan onvermijdelijk.

Leukste opmerking van de achterban over mijn studie?
Wat ik érg leuk vond was het sinterklaasgedicht dat ik van mijn ouders kreeg afgelopen december. Daarin stond:

‘Nog steeds druk met recht studeren
en dat betekent vaak hard leren.
Diep gebogen over dikke boeken,
geen tijd om even een pauze te zoeken.
[.....]
Als Sint aan jou denkt staat hij paf
en ook vraagt hij zich vaak af:
Waar haalt Joos de tijd vandaan
naast studie, huishouden, kids en baan
nog iets voor jezelf te doen
dat verdient een dikke zoen!’

Lees altijd in Modulair?
Alles eigenlijk, behalve de stukken met nieuws over de andere faculteiten.

Binding met de Open Universiteit?
Omdat ik in Leiden woon kan ik vrij makkelijk naar de studiecentra in Den Haag en Rotterdam. Tentamens doe ik over het algemeen in Den Haag, dat is dichterbij dan Rotterdam, maar voor bijeenkomsten maakt het me niet zoveel uit naar welk studiecentrum ik ga. Dat laat ik dan afhangen van de datum en het tijdstip. Ik probeer zoveel mogelijk naar bijeenkomsten te gaan. Zeker bij de postpropedeutische vakken zijn de bijeenkomsten een waardevolle aanvulling.

Wat de Open Universiteit vooral (niet) moet doen?
De mogelijkheid van flexibel studeren hoog op de prioriteitenlijst laten staan. Niet te veel bijeenkomsten of samenwerking verplichten en vooral het systeem van de sys-tentamens handhaven. Je kunt een tentamen dan op redelijk korte termijn herkansen en dat is erg fijn als je dóór wilt.

Ultieme tip(s) voor medestudenten?
Oefententamens, geef niet op, je kúnt het!

Posted in OU | Tagged | 3 Comments

Keuzevakken vs. stage

‘Kun je je vrijwilligerswerk eigenlijk niet laten meetellen als stage?’ Deze vraag, van mijn begeleider in het asielzoekerscentrum, bleef hangen. Natuurlijk had ik wel nagedacht over een stage. Ik heb straks uiteindelijk een vrije ruimte te vullen van 21,5 ECTS (studiepunten) en een stage leek me daarbij een goede manier om kennis te maken met de advocatuur, met rechtsgebieden die nog niet of zelfs helemaal niet aan bod komen bij de OU en om ervaring op te doen. Maar voor een stage zag ik ook nogal wat knelpunten.

Om te beginnen ben ik geen twintig(er) meer. Niet dat ik mezelf beschouw als een bejaarde, maar ik ben wel ouder dan de gemiddelde student die een stage wil doen.
Als ik eens bij kantoren keek naar de omschrijvingen van de stage, dan ging het meestal om 8-10 weken fulltime. Zou ik heus wel willen, maar ik kan moeilijk m’n kinderen meenemen op de dagen dat ik geen opvang voor ze heb. Ik kan 2-3 dagen werken, maar die optie zag ik nergens. Sterker nog, ik heb zelfs een paar keer zien staan dat als je geen 40 uur kon werken, het geen zin had om te reageren.
Bovendien is het ook vreselijk lastig om aan te geven waar ik precies zit met m’n studie. In jaren ben ik vierdejaars, ja, maar m’n propedeuse heb ik nog niet. Ben ik zo’n slechte student? Nee, ik heb sinds het begin van m’n studie 2 kinderen op de wereld gezet en één van die zwangerschappen was bepaald niet makkelijk. En met twee kleine kinderen blijft er niet zo heel veel tijd over voor de studie. In die tijd zijn we ook nog eens verhuisd, kortom, dat het wat langer duurt zegt niets over mijn capaciteiten. Als ik dit jaar de vakken doe die op mijn planning staan, heb ik in juli mijn propedeuse en in september 7 vakken van Ba 2/3. Dan heb ik nog 8 vakken te gaan, de vrije ruimte en het ingegratiepracticum. Dus ja, rond de zomer ben ik dan wel zo’n beetje op de helft. Maar dat is toch niet makkelijk uitleggen, als je zegt dat je je p nog niet hebt.

Ik had me er dus al een beetje bij neergelegd dat een stage niet voor mij weggelegd was en keek eens rond bij de keuzevakken. Het komt er eigenlijk op neer dat ik compleet vrij ben in die keuze. Wil ik Consumentenrecht doen dan is dat prima, maar kies ik voor Het nationalisme in Europa (1919-1989) of voor Inleiding in de neuropsychologie en psychofarmacologie, dan kan dat dus ook. Alhoewel het me bijzonder interessante vakken lijken, heb ik niet het gevoel dat die heel waardevol zullen zijn voor m’n studie. Van de keuzevakken bij rechten zelf begin ik nog niet echt te stuiteren, behalve dan van Inleiding criminologie. Hoe ik mijn vrije ruimte ook ga vullen, dit vak zit er zeker in. Maar dan blijven er dus nog 17,2 ECTS over. Het voordeel van de hele vrije ruimte vullen met keuzevakken, is dat ik nog steeds kan studeren wanneer ik wil, waar ik wil en hoe snel ik wil en dat het niet uitmaakt dat ik er niet fulltime mee bezig kan zijn.

Door die vraag van m’n begeleider en het idee van het gebruiken van Vluchtelingenwerk als stageplaats, heb ik bij de stagecoördinator om meer informatie gevraagd. De OU beschikt niet over stageplaatsen, die moet je zelf zoeken. Als je een plek gevonden hebt, moet je een soort stageplan inleveren, waar je verder redelijk vrij in bent, en dat plan moet je voorleggen ter goedkeuring. Als het wordt goedgekeurd levert het punten op -hoeveel punten stond er dan weer niet bij- en als het wordt afgekeurd… Tsja… Er stond ook nog even bij dat je je werkplek niet kon opgeven als stageplek. Maar valt vrijwilligerswerk daar dan wel of niet onder? En zou ik dat willen, als stage? Het heeft uiteindelijk niet echt te maken met de carrière die ik op het oog heb.
Ik ben nu op het punt om uit te zoeken of het überhaupt zou kunnen. Ondertussen heeft zich nog een eventuele mogelijkheid voorgedaan; parttime en op een advocatenkantoor. Stage is inmiddels dus een serieuze optie geworden. Ook als dit gesprek op niets uitloopt, hou ik m’n ogen open voor stagemogelijkheden. Er móeten meer kantoren zijn die wel wat zien in een gemotiveerde en enthousiaste parttime stagiaire, die in de lunchpauze met Zumba iedereen aan het zweten krijgt, mondverzorgingsadviezen kan geven en de medewerkers kan laten kennismaken met Duitse en Zwitserse Rockpop!

Posted in BA 2/3, Bachelor, Inleiding Criminologie, Integratiepracticum, Propedeuse, Stage, Studie, Vluchtelingenwerk, Werk | Tagged , , , , , | 4 Comments

Meneer Patoe

‘De cursus Juridische vaardigheden is vooral een doe-cursus,’ las ik op de site van dit vak. ‘U schrijft eerst een correcte samenvatting van een juridische tekst en vervolgens een aantrekkelijk verslag over een door u opgeloste juridische casus.’ Dat leek me wel wat! Ik had sinds het begin van mijn studie alleen nog maar leer-vakken gedaan en hoe leuk ik dat ook vond, iets ‘doen’ leek me een aardige afwisseling. En schrijven, nou ja, dat kon ik wel.

Het werkboek van Juridische Vaardigheden 1 openslaan voelde als een cadeautje. Ik mocht eindelijk gaan schrijven! Nadat ik het werkboek had bestudeerd en de oefenopgaven had gemaakt, werd het tijd om de eerste opdracht aan te vragen. Een beetje griezelig vond ik dat wel. De cursus was goed te doen, ja, en ik kon best schrijven, ja, maar zou ik ook een jurídische tekst kunnen schrijven? En eerlijk is eerlijk, het maken van samenvattingen is nooit mijn sterkste punt geweest, dus toen ik las dat de eerste opdracht eigenlijk inhield dat ik een samenvatting moest maken, zonk de moed me een beetje in de schoenen. Ik maakte de opdracht, stuurde ‘m naar mijn begeleider voor dit vak en wachtte af. In de informatiemail die bij de eerste opdracht zat, stond namelijk dat als de eerste opdracht goed was, je met de beoordeling ook gelijk de tweede opdracht zou krijgen. Acht uur nadat ik mijn opdracht had verstuurd, zat er een antwoord van de docent in mijn Inbox. Ik keek eerst snel naar de bijlagen. Opgelucht constateerde ik dat er ook een documentje inzat met de naam ‘opdracht 2′. Deze eerste was dus in ieder geval goedgekeurd. En zo slecht had ik het helemaal niet gedaan, gezien de 7.

De tweede opdracht was niet zozeer een schrijfopdracht, maar meer een begrijpopdracht. Ik moest daarvoor twee arresten opzoeken en over deze arresten werden een aantal vragen gesteld. Terminologie, rechtsvraag, rechtsregel… Dat vond ik nogal goed te doen. Ik stuurde de opdracht naar de docent en kreeg 2 dagen later een 7 terug. Bij die 7 zat ook de derde opdracht. De casus was die van ‘meneer Patoe’ en de bedoeling was dat ik deze casus oploste met behulp van een stappenplan en dan vervolgens een notitie zou schrijven met mijn conclusie. Een erg leuke opdracht, maar ook wel een beetje griezelig. Dat was wel even heel iets anders dan in een arrest uitzoeken wie de eiser en wie de gedaagde was.

Een tijd lang had ik het dan ook steeds maar weer over meneer Patoe. Gezin, familie, vrienden, iedereen kende de beste man, iedereen wist wat dit heerschap op zijn geweten had en iedereen vond het nogal sneu voor de man dat hij met mij opgescheept zat, omdat ik hem maar niet leek te kunnen helpen. Ik maakte schema’s, tijdlijnen, mindmaps… En uiteindelijk stuurde ik de opdracht in. Om een mail terug te krijgen dat de docent kerstvakantie had en na twee weken weer terug was.
In die twee weken begon ik steeds meer te twijfelen over mijn oplossing, over mijn notitie, over mijn conclusie en over mijn schrijfvaardigheid. Op 3 januari kreeg ik een mail van de docent. Hij was terug van vakantie, had mijn opdracht ontvangen en zou me binnen een week de beoordeling sturen. De beoordeling kreeg ik een dag later; weer een 7.

De eerste studiepunten (4,3 ECTS) van 2011 zijn binnen. Het wachten is nu nog tot ik het certificaat van dit vak in de brievenbus vind, maar ondertussen ben ik alweer vrolijk aan het blokken voor de volgende punten. En mijn familie kan opgelucht ademhalen: na vandaag zal ik het niet meer hebben over meneer Patoe.

Posted in Bachelor, Juridische Vaardigheden 1, Propedeuse, Studie | Tagged , , , , , | 6 Comments

Super-wie? to the rescue!

2011 Is alweer een hele week oud, maar je kunt nog best wat ‘last minute-voornemens’ maken. Ga je stoppen met roken? Afvallen? Meer sporten? Of heb je zin in een voornemen dat niet zo standaard is dat het grootste gedeelte van de Nederlanders het op zijn lijst heeft staan? Wat dacht je bijvoorbeeld van het voornemen ‘held worden’?

Iedereen kent natuurlijk Superman en Spiderman. Catwoman, Batman (en Robin) en de Incredibles. Dát zijn nog eens superhelden!
Volgens Van Dale is een held iemand die ondanks zijn angst ingrijpt in gevaarlijke situaties. Een dapper iemand, die niet bang is, niet opgeeft en die voor veel mensen misschien wel een idool is. Voor de superhelden gaat dat zonder twijfel op. Hoeveel kinderen willen later niet net als Batman in een stoere auto een grot uitschieten om mensen in nood te helpen! Blijkbaar spreekt held zijn tot de verbeelding. Maar zijn de superhelden wel echt dé helden? Of zijn de echte helden juist de mensen die niet opvallen, doen wat ze moeten doen en daarmee andere mensen helpen? Een tweede Catwoman zul je misschien niet zo snel worden, maar een ‘gewone’ held? Dat is makkelijk te realiseren.

‘Maar ik heb helemaal geen tijd om fulltime mensen in nood te redden!’ Toegegeven, superhelden werken fulltime. Wat zeg ik, méér dan fulltime. Die staan dag en nacht ter beschikking van de mensheid om in te grijpen wanneer dat nodig is. Voor ‘gewone’ helden hoeft het helemaal niet zoveel tijd te kosten. Je hoeft niet de hele mensheid te redden, welnee. Je probeert een bepaalde groep te helpen, that’s all. En omdat er meer helden zijn zoals jij, kun je ook parttime held zijn. Een paar uur per week is al genoeg om een held te zijn. Stel je voor; jij als idool! Ben je, behalve Catwoman, ook nog eens een rockstar! Dat klinkt niet slecht toch!

Zie je het wel zitten om held, rockstar of idool te worden? Kijk dan vooral eens op deze site. Vluchtelingenwerk Nederland noemt al haar vrijwilligers helden, omdat ze zich belangeloos inzetten voor asielzoekers. Echte helden liggen alleen niet voor het oprapen, en deze organisatie zit dan ook te springen om nieuwe vrijwilligers, nieuwe helden. Je investeert een paar uur per week, maar je krijgt er veel meer voor terug. En wat je doet voelt niet als een heldendaad, maar voor de mensen die je helpt voelt dat vaak wel zo. Word held in 2011! Je wordt er, in tegenstelling tot Mr. Incredible, niet eens moe van. Maar het voelt waanzinnig!

Posted in Vluchtelingenwerk, Werk | Tagged , , , | Leave a comment

De scheiding

Op werk- en studiegebied was 2010 best een aardig jaar. Ik kon eindelijk in een juridisch beroep aan de slag, zij het als vrijwilliger en het halen van 4 vakken van de propedeuse is ook niet heel slecht. In 2011 wil ik deze stijgende lijn graag voortzetten -ik wil minimaal 17 modules halen- en ik merkte dat ik behoefte begon te krijgen aan wat serieuzere stukken over werk- en studiegerelateerde onderwerpen. Daarnaast zit ik natuurlijk ook vol verhalen over mijn leven als moeder van twee stoere zoons. De balans tussen deze twee verschillende ‘Josannes’ kreeg ik maar niet gelijk, vandaar mijn besluit om ze gewoon te scheiden. Vanaf vandaag is deze scheiding een feit en schrijf ik hier verder als rechtenstudente / juridisch medewerkster en mijn reis naar de propedeuse, LLB en LLM. Als alles goed gaat ben ik klaar met mijn studie in 2015. En hoe ik vanaf daar weer verder ga, dat zie ik tegen die tijd wel weer…

Posted in Algemeen | Tagged | Leave a comment