Warning: DOMDocument::loadHTML(): Tag time invalid in Entity, line: 21 in /home/josanne/domains/josanne.nl/public_html/wp-content/plugins/linkpizza-manager/public/class-linkPizza-Manager-public.php on line 210

Wie in het menuutje hierboven op ‘About‘ heeft geklikt, heeft kunnen lezen dat sport en ik nou niet direct onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Ik probeerde wel van alles, maar was toch ook echt wel dat meisje dat vanaf 2 havo heel creatief alle gymlessen wist te ontwijken en die het zelfs voor elkaar kreeg om vanaf de derde klas niet eens te weten wie haar gymdocent was. Belachelijke types waren het, met hun piepjestesten. Ik leefde met de filosofie dat ieder mens bij zijn geboorte een bepaald aantal hartslagen krijgt. Zijn die op, dan is het einde oefening. En iedereen weet wat er gebeurt met een hartslag tijdens sporten. Dus nee, voor mij geen sport. Doe normaal zeg.

Maar toen gebeurde er iets geks. En dan bedoel ik niet eens dat ik begon met hardlopen (wat op zich al volstrekt belachelijk was natuurlijk) of dat ik me inschreef bij een sportschool. Ongeveer een maand geleden plaatste ik op een maandag rond 15:30 uur een statusupdate op Facebook:

Toch is het wel vreemd hoe dat werkt hè, dat sporten. Je kunt jarenlang vinden dat op de bank zitten en je glas optillen meer dan voldoende beweging is. Maar als je dan eenmaal wél gaat sporten, is het ook niet snel meer genoeg. Ik kom net uit de sportschool, waar ik dik twee uur doorbracht, en overweeg serieus vanavond op een andere locatie ook nog een uurtje Zumba mee te pakken. Terwijl ik de rest van de week ook elke dag afspraken heb staan in de sportschool. Oh, en volgende week ook.

Edit @17:15 uur: ik zit dus in de sportschool…

Ik meende ieder woord en wie vindt dat dat al absurd fanatiek klinkt, het werd nog erger. Fitnessgoeroe Shuli had namelijk gelijk toen ze zei dat die weegschaal helemaal zo belangrijk niet was. En waar ik nog dacht dat ze zich had versproken en ‘maanden’ bedoelde terwijl ze ‘weken’ zei, bleek het toch echt een kwestie van weken. Zelfs al had ik dat zelf nog niet zo erg in de gaten. Ja, goed, ik merkte wel dat sommige kleding comfortabeler werd, mooier zat en dat mijn werkbroek bij de tandarts wel heel losjes rond m’n onderlijf begon te fladderen, maar de opmerkingen van mensen die ik wat langer niet had gezien, vond ik redelijk overdreven. “Jeeeeeeetje, wat ben jij smal geworden! Hoeveel ben je afgevallen?!” Nou, kijkend naar de weegschaal? Nog geen grammetje! Niks! Noppes! Nada! En ja, natuurlijk wist ik ‘spier zwaarder dan vet’ en ‘hoe je je voelt is belangrijker’, maar toch hè. Maar toch.

Ondertussen deed ik braaf wat fitnessgoeroe Shuli me opdroeg. Ik trok aan kabels, zat op plateautjes en worstelde met dino’s. Goed, dat laatste was terwijl ik sliep nadat zij me optimistisch had toegeroepen dat we een paar dagen later ‘met de T-Rex aan de slag zouden gaan’. Dat bleek niet T-Rex maar TRX te zijn, maar ondertussen had ze me wel drie dagen nachtmerries bezorgd. Nadat ik vertelde dat ik dat apparaat met dat plateautje best leuk begon te vinden, vond zij het tijd voor een ‘upgrade’ en voordat ik doorhad wat er gebeurde hing ik met m’n voet in een rubberen lus aan een stang en stond zij me enthousiast aan te moedigen mezelf op te trekken tot m’n kin boven die stang uitkwam. Dafuq?! Hoe dan?!
“Trekken! TREKKEN!”
“DAT DOE IK!”

Ik deed ook echt serieus mijn best, maar ik kwam nog geen millimeter omhoog.
“Geeft niks,” stelde Shuli me gerust, maar ik had er een nieuw doel bij: voor het eind van het jaar lukt het me om minimaal 5 keer m’n kin boven die stang te krijgen potverdrie! In mijn beast-modus (stel je daar niet te veel van voor, in mijn geval is dat een kitten van drie weken oud) deed ik mee aan het buikspierplezier. Om het interessant te houden gebruikte Shuli van die grote grijze fitnessballen. Goed voor de spieren én voor de balans. Dat ook dáár nog wel enige verbetering mogelijk was voor dat lijf van mij werd onmiskenbaar duidelijk toen het me lukte van zo’n fitnessbal af te stuiteren.

Begin april gebeurde er een klein wondertje. Er werd in ‘mijn’ vestiging van SportCity nieuwe apparatuur geplaatst waar je een sleutel in kan steken waardoor die apparaten weten wat je moet doen. En dat wordt dan allemaal gesynchroniseerd met een app. Daarnaast heeft de sportschool een fancy nieuwe weegschaal, die álles meet. Niet alleen gewicht, maar ook vet en spier en vocht en leeftijd en calorieën en of je wel vaak genoeg je tanden poetst. Nu is Shuli anti-weegschaal, maar die app vond toch wel dat er minimaal een beginmeting moest zijn. Dus ik stapte dapper op die weegschaal, kneep m’n ogen stevig dicht, maar was toch benieuwd naar het oordeel. En van dat oordeel werd ik best blij. Toen ik daarna weer op de weegschaal thuis ging staan, was er daar natuurlijk helemaal niets veranderd (vroeg me af of dat ding niet per ongeluk kapot was of iets dergelijks). Nee, wat weegschalen betreft ben ik volledig hesjtekTeamShuli.

Inmiddels zat ik dus al een week of twintig minimaal drie keer per week in de sportschool. Niet alleen om de stunts uit te voeren die Shuli voor me bedacht had, maar ook om flink wat calorieën vaarwel te zeggen tijdens Zumba. En om tijdens al die uren Zumba vooral ook heel veel te leren van Mexicaanse Charlie. Als er dan toch een international presenter voor de groep staat, dan ben je wel gek als je niet probeert daar iets van op te steken als je zelf ook Zumba Instructor bent. Mede Zumba-addicts uit die lessen hadden al wel eens gevraagd waarom ik niet ook Zumba ging geven bij SportCity, maar ik was behoorlijk geïntimideerd door Charlie; niet als persoon, maar als instructeur. Dat was nogal een hoge lat, thank you very much!

Maar begin maart ging ook wat die lat betreft een sluis open met een stroom aan absurde gebeurtenissen tot gevolg. Charlie had net in iedere les één keer een nieuwe choreo gedaan, wilde die weer aanzetten in de vrijdagmiddaggroep, liep naar me toe en zei: “You’re an instructor, you know this one already, right? Wanna join me in front?” Mijn instinct zei ‘Hell no!’ en het stemmetje in mijn hoofd begon hysterisch te krijsen, maar ik negeerde ze allebei. Ik vond het doodeng, maar oh boy, wat was het gaaf! Vanaf dat moment stond ik iedere keer bij dat nummer aan de andere kant van de groep. Geweldig!
Eind maart raakte Charlie geblesseerd en stond ik voor de groep terwijl hij de cues gaf. Blijkbaar had hij genoeg vertrouwen in mij om dat te doen, dus wat zat ik me dan druk te maken om latten die te hoog lagen? Zijn blessure leek nog wel even te gaan duren en een week later stond ik alleen voor de groep met een vers getekende overeenkomst met SportCity in m’n locker, me af te vragen hoe dit in vredesnaam allemaal zo gekomen was.

De follow-up die ik schreef over SportCity is nog geen twee maanden oud. We zijn pas zeven weken verder, maar wat is er belachelijk veel veranderd! Dan heb ik het niet eens over deze foto die ik plaatste op Instagram:

Maar dan heb ik het vooral over de weegschaal die ineens wél aardig voor me is, het doel dat ik me voor het eind van het jaar wil kunnen optrekken als ik aan een stang hang en over de instructor training van Strong by Zumba die op de planning staat. For the record: Strong by Zumba heeft niets te maken met ‘een beetje dansen’. Het is geen ‘huppelklasje’ zoals Zumba vaak wordt omschreven, maar het is full on planking, push ups en burpees. Als we nog een paar weken verder zijn, herken ik mezelf denk ik niet meer. Net zoals ik het stemmetje in mijn hoofd inmiddels al niet meer herken. Dat was altijd z’n hysterisch gillend grietje, dat alles wat ik deed becommentarieerde. Ergens de afgelopen weken is dat stemmetje veranderd; mijn voice over is nu een stuk serieuzer.