Wie vermoordde de gymleraar?

Wie vermoordde de gymleraar? | Josanne in her own write
Wie vermoordde de gymleraar? | Josanne in her own write

Rond het Agnes College (een middelbare school in Leiden) hing een angstige sfeer. Iedereen wist het nu: er liep tussen hen een moordenaar rond! Nog geen week geleden was de gymleraar, Ad Hoeboer, vermoord! Het moest wel iemand zijn die een hekel had aan gym, of aan Ad Hoeboer. Tot nu toe waren er natuurlijk ontzettend veel verdachten: docenten, rector, conrectoren en dan natuurlijk de leerlingen. Hoofdverdachte was de conciërge. De hele school wist dat hij een gloeiende hekel had aan Hoeboer. Daarna kwamen de mensen die een hekel hadden aan gym. Maar dat was toch geen reden om de leraar te vermoorden?! De politie stond voor een raadsel. De moordenaar wist wel heel goed te verbergen dat hij de schuldige was. Het was één grote chaos! De brugklassers waren bang! Stel je voor, dat hun hetzelfde lot wachtte! Oudere leerlingen liepen iedereen te bespieden. Weer andere gingen van school af. Sommige lieten zelfs hun vrienden en vriendinnen vallen! Het was toch niet te geloven!
Het kon niet iemand zijn van buiten de school. Daar werd op gelet. Nee, het gebeurde tijdens een les!

Er werd geklopt op de deur van de gymzaal. Een gedaante met een bivakmuts op en een monteurspak aan, een pistool in de hand.
Hoeboer vroeg: “Wat moet je daarmee?”
Met een zeer goeie verdraaide stem werd er gezegd: “Jou vermoorden, Adje.” Nog voordat Ad wat terug kon zeggen, schoot de gedaante. Toen hij zag dat Hoeboer bloedde en zich niet meer bewoog, rende hij weg. De leerlingen die erbij waren, waren zo geschrokken dat ze er niet achteraan gingen. Ze hadden ook niet kunnen zien of het een jongen of een meisje was. Dat kon natuurlijk ook!!!

Iedereen keek heel goed uit met wie ze spraken. Stel je voor dat je sprak met de moordenaar! Nee, er werd echt wel ontzettend goed opgelet. En echt, de moordenaar wist zich goed schuil te houden!!!

“Dat kan zo toch niet langer,” zei dhr. Kester op een docentenvergadering. “Niemand vertrouwt elkaar meer. Er gaan zelfs leerlingen weg! Dat is pas een slechte reputatie. Ik zie de krantenkoppen al voor me: ‘Op het Agnes College gebeuren duistere dingen. Een vermoorde gymleraar, waarschijnlijk is een van de leerlingen daar verantwoordelijk voor.’ Nee, hier moet een einde aan komen, en snel ook!”
“Ik ben het helemaal met je eens, Peter,” zei mw. Zwagemaker, lerares Nederlands.
“Ze hebben eigenlijk wel gelijk,” voegde mw. Houdijk eraan toe. Zo waren alle medewerkers het erover eens dat ze de zaak aan moesten pakken. Maar hoe? Het was inderdaad een vreemde zaak.

Drie vriendinnen, Wendy, Saskia en Josanne zaten ondertussen gezellig te kletsen. Nou ja, gezellig.
“Nou,” zei Saskia, “wat ben ik blij dat die engerd eindelijk uit de weg is geruimd zeg.”
“Kom op hé,” zei Josanne, “ik zou haast denken dat jij de moordenaar bent.”
“Maar dat ben ik helemaal niet!”
“Nou, wie weet,” voegde Wendy eraan toe. “Geintje!”
Josanne zei: “Nou, misschien niet. Wil je erover praten, Sas?”
“Jullie treiteren me hè?”
“Ja natuurlijk.”
Wendy vroeg: “Hebben jullie trouwens een alibi?”
“Ja,” zei Saskia, “ik haalde een proefwerk wiskunde in. Vraag maar aan Kester.”
“En jij, Josan?”
“Ik was naar de stad.”
“Alleen?”
“Ja, en wat zou dat?”
“Nou…”“En jij, Wendy, heb jij nog een alibi?”
“Ja,” zei Wendy, “ik was met m’n ouders bij m’n opa.”
Saskia zei: “Nou Joos, jij bent de enige die geen getuigen heeft dat ze in de stad was.”
“Nou en?”
“Dat zou kunnen betekenen…”
“Ach schiet toch op. Hoeboer was m’n lievelingsleraar.”
“En dat terwijl je zo’n hekel hebt aan gym?”
“Nou en. Daarom mag ’t toch wel m’n lievelingsleraar zijn. Weten jullie trouwens wanneer de begrafenis is?”
“Morgenmiddag,” zei Wendy.
“Gaan jullie erheen?” Vroeg Josanne.
“Ja, heb je zin om mee te gaan?”
“Ja, da’s goed.”
Op dat moment ging de bel en begon het vijfde uur.

Op de begrafenis stond iedereen die aanwezig was in een kring om de kist heen. Allemaal tegelijk lieten ze bloemen vallen. Maar, iemand liet een papiertje vallen! Alleen Kester zag dat, maar hij kon niet zien wie het had laten vallen.
Toen iedereen weg was, ging hij terug om te kijken. Hij zei dat hij een belangrijke lijst had verloren in de buurt van de kist. Hij mocht zoeken en vond het papiertje. Hij nam ‘m mee naar huis.

Thuisgekomen las Kester wat erop stond. Hij schrok zich dood! Dit moest de politie weten. Hij rende, met papiertje en al, naar het politiebureau.
Hij vroeg naar de rechercheur die de moord op het Agnes College onderzocht. Hij voegde eraan toe: “Ik weet wie de dader is.”

Toen hij binnenzat bij de rechercheur gaf hij het briefje en zei: “Dit liet iemand vallen bij de begrafenis. Ik ben teruggegaan en heb dit opgeraapt.”
De rechercheur vouwde het briefje open. Er stond op:
“Eindelijk ben ik van je af. Dit is je verdiende loon. Ik heb er geen spijt van. J.”

“We komen haar morgen arresteren. Maarre, hoe herkennen we haar?”
“Ze heeft lang, blond haar, blauwe ogen, vijf ringen, drie aan het linkerhand en twee aan haar rechterhand, een geel bandje om haar rechterpols en een horloge aan haar linkerpols. Als u om 12:15 komt zit ze voor lokaal 019. Ik hoop dat ’t lukt. Tjee, dit had ik echt niet van haar verwacht, zo’n aardige meid. Nou ja, gebeurd is gebeurd,” antwoordde Kester.

Volgende dag 12:15. Wendy, Saskia en Josanne liepen naar 019. Daar zaten twee agenten.
“Hallo,” groette Saskia vrolijk.
“Wie is Josanne?” Vroeg één agent.
“Ikke.”
“Je staat onder arrest.”Josanne kreeg handboeien om. Ze wist ’t, ze was ontdekt.
“Wat heeft dat te betekenen?” Vroeg Wendy.
“Zij is de moordenaar van jullie gymleraar.”
“WAT?!”
“Deze dame was zo aardig een briefje achter te laten. Knap gedaan, meid.”
“Dat had ik nooit van je gedacht, Josan,” zei Wendy.
“Hij had het verdiend.”
Toen werd ze afgevoerd naar het bureau.

Einde.

Foto van Benjamin Balázs via Unsplash