Multiple gok

Geschreven door Josanne

Josanne (1980) is strafrechtjurist, studie-/scriptiebegeleider en groepsfitnessinstructeur. Ze is gek op schrijven, talen (spreekt er 6) en is single mom van 2 puberzonen. Ze kan niet koken.

23/06/2013

Ik ben geen fan van tentamens die bestaan uit meerkeuzevragen. De vragen en mogelijke antwoorden zijn vaak op meerdere manieren te interpreteren. Als het een open vraag zou zijn, kun je nuances aanbrengen en aangeven waarom je voor een bepaald antwoord kiest. Bij een meerkeuzevraag moet je maar hopen dat de examinator de vraag en de antwoorden net zo heeft bedoeld als jij ze leest.

Meerkeuzevragen met vier antwoordmogelijkheden waarvan er drie onjuist zijn en eentje juist gaan nog wel. Vaak kun je twee alternatieven al wegstrepen omdat die duidelijk onjuist zijn. Maar er zijn ook tentamens met meerkeuzevragen waar van de vier antwoordmogelijkheden er een onjuist is, twee juist en een net iets beter. Frusterend! Want je krijgt natuurlijk alleen een punt als je het beste antwoord hebt gekozen.

Om het af te maken houdt de OU ook nog rekening met een ‘gokkans’.  Heb je bijvoorbeeld de helft van de vragen +1 goed beantwoord, dan heb je het tentamen niet gehaald.

De FernUni doet ook aan meerkeuzevragen, maar hun methode spreekt mij meer aan. Je krijgt een vraag met vijf antwoordmogelijkheden en de aanwijzing ‘x aus 5’. Dat betekent dat er één juist antwoord kan zijn, dat ze alle vijf juist kunnen zijn, en alles er tussenin. Je krijgt punten voor ieder juist antwoord dat je hebt aangekruist, maar je krijgt ook punten voor de foute antwoorden die je níet hebt aangekruist.
Zijn er dus drie juiste antwoorden waarvan je er twee hebt aangekruist, dan krijg je voor die twee antwoorden punten. De twee foute alternatieven die je niet hebt aangekruist, leveren ook punten op. Heb je in totaal 50 van 100 punten gescoord, dan heb je het tentamen gehaald. Deze manier van tentamens met meerkeuzevragen voelt een stuk rechtvaardiger.

Komende week moet ik het helaas met de OU-methode doen; de variant met een fout antwoord, twee juiste en een beter antwoord. En dan ook nog eens voor een vak dat ik niet leuk vind. Duimen mag!

Anderen bekeken ook

Identiteitscrisis

Identiteitscrisis

Het begon zo ongeveer in oktober. Denk ik, want het gebeurde heel subtiel. Bijna net zo subtiel als hoe ik uiteindelijk in het derde jaar van de studie Franse taal en cultuur belandde.

5 Comments

  1. Sylvia

    Voor beide methodes valt iets te zeggen, maar in ieder geval vast veel succes!!

    • Josanne

      Thanks! De stoom komt inmiddels uit mijn oren!

  2. Wim

    Hoe kan dat nou, een vak dat jij neit interessant vindt!? Je maakt me nieuwsgierig…

    Laat ik voorop stellen dat ik met je eens ben dat mc en wetenschap niet goed door 1 deur kunnen. De hogere cognitievormen zijn heel moeilijk te toetsen en nuance is uit de aard onmogeilijk. Maar Rechten is behalve een wetenschap ook een beroepsopleiding, en elke beroepsuitoefening bestaat uit grote aantallen knopen doorhakken op basis van formuleringen gegeven door anderen. Als je wanneer een collega je om raad vraagt altijd eerst het naadje van de kous in alle details wilt weten, en volledig zeker stellen dat je niet met pathologische uitzonderingsgevallenen te doen hebt, wordt je niet populair. En als je als rechtswinkelier een klant hebt die in een strafzaak een beroep op ontbreken van materiele wederrechtelijkheid wil doen, kan je dat beter meteen afraden zonder te vragen of zij toevallig veearts is, dat voorkomt valse hoop.

    Onze toekomstige faculteitsgenoten van Cultuur hanteren vaak nog een andere methode: 80 ja/nee vragen. Wellicht gekend vanuit rechtsfilosofie?. Gokkans 50%, dus de eerste 40 goede antwoorden tellen niet mee, voor een 1 41-46 goede antwoorden, voor een 2 47-50 &c, voor 79 en 80 goede antwoorden een 10. Ja, merkwaardigerwijs kan je een 10 halen zonder alle antwoorden goed te hebben. Is mij echter slechts 1x gelukt (inleiding bestuursrecht na beroep). Een 10 voor een mondeling is welhaast onmogelijk en voor open vragen uiterst onwaarschijnlijk.

    En dan is er nog de Maastrichtse methode om gokken tegen te gaan: je moet aangeven of je het antwoord zeker weet. Bij Z krijg je bij een goed antwoord 2 pt, maar bij een fout gaan er 4 punten af. Zonder Z krijg je voor een goed antwoord 1 punt en voor een verkeerd niets.. Bij 30 vragen heb je meestal 55 punten nodig voor een 10 en alle punten tellen mee.

    Maar ik zie in je posting dat we de tentamens te gemakkelijk hebben gemaakt als je twee alternatieven al tevoren als onjuist kan afstrepen: dan zou de gokkans 50% zijn en niet 25%, en zouden bij de RW mc tentamens de eerste 15 goede antwoorden niet meetellen, en we tellen alleen de eerste 8 niet mee. Ik zal in de vakantie de database eens kritisch bekijken en betere afleiders bedenken. Of sloeg dze opmerking niet op inleiding internationaal?

    • Josanne

      De Maastrichtste methode hoor ik nu voor het eerst en ik moet zeggen, de methode van de OU vind ik ineens zo slecht niet meer! Ik zou bij ieder tentamen het gevoel hebben dat ik in het casino zat…

      80 juist/onjuist-vragen, zo heb ik inderdaad het tentamen rechtsfilosofie nog gehad. Als een vraag dan begint met ‘De 20e eeuwse Thomas van Aquino vond…’ kan het bijna niet misgaan, ook al ben je glad vergeten wát die Thomas nu precies vond. Bij vier antwoordmogelijkheden zijn er twee altijd wel van dat soort; ‘Uit artikel X blijkt…’ De stelling die volgt is wel af te leiden uit een artikel, maar heel duidelijk niet uit het artikel dat genoemd wordt. Het is ook lastig als vraag en antwoord taalkundig rammelen. In januari deed ik grondrechten en was (volgens het antwoordmodel) het juiste antwoord op een vraag dat in een uitzonderingstoestand niet van -bijvoorbeeld- het folterverbod kan worden afgeweken op grond van art. 1o3 GW, maar dat daarvan kan worden afgeweken omdat de wet daar al voldoende mogelijkheden voor biedt.

      Inleiding internationaal ligt gelukkig al vér achter me. De stof vond ik prima te doen, maar van dat Cali-systeem heb ik een trauma opgelopen. Bij ieder vak waar ik nu lees dat er gewerkt wordt met een e-werkboek breekt het zweet me uit. De opluchting als het geen Cali blijkt te zijn! Wat een ramp was dat.
      Als ik het antwoord op een vraag niet direct weet, weet ik meestal wel wáár in het boek het behandeld werd. Ik schreef ooit bij een geschiedenisproefwerk dat het antwoord te vinden was op p. 36, laatste alinea, derde zin. Dat klopte, maar ik kreeg er toch mooi geen punten voor. Het openboektentamen van inleiding internationaal vond ik dus ook prima.

      En het vak dat ik niet leuk vind (maar op zich best interessant hoor) is constitutioneel recht. Daar zitten nog net geen vragen in als ‘Welke kleur schoenen droeg de auteur toen hij hoofdstuk 7 van het studieboek schreef?’ Argh!

  3. Roxanne

    Meerkeuzevragen vind ik ook lastig, precies wat je zegt, je kunt geen nuance aanbrengen en het is puur goed of fout. Ik ben heel erg blij dat ik van zulke tentamens af ben, want ik werd daar altijd erg onzeker van!