Het was echt niet dat ik al van kleins af aan fan was van musicals of zoiets, of dat ik op de voet volgde welke musicals in Nederland werden opgevoerd. Ik vraag me zelfs af of ik überhaupt van het bestaan van “de musical” op de hoogte was, maar ineens was daar een musical waar ik zó onwaarschijnlijk graag naartoe wilde: Het Spook van de Opera.

Het was 1993, ik was dertien, had nog nooit eerder bedacht dat ik naar een musical wilde, maar deze musical… Ik zou er zo’n beetje alles voor over gehad hebben om daar naartoe te gaan. Maar toegangskaarten waren duur en mijn moeder vond mij eigenlijk te jong nog voor zoiets, dus ik deed the next best thing: ik kocht de CD van de Nederlandse versie en die draaide ik he-le-maal grijs. De herkenbare tune bezorgde me kippenvel van m’n kruin tot m’n tenen en de titelsong stond regelmatig op repeat. Die heb ik zo ongeveer in mijn brein gebrand toen. Fan. Tas. Tisch. Het verhaal an sich had ik nooit gezien (ook niet gelezen eigenlijk, foei!), maar The Phantom of the Opera was vanaf dat moment mijn favoriete musical en dat is eigenlijk nooit meer veranderd.

Mijn zusje was begin jaren ’90 niet bezig met musicals, maar met Disneyfilms. Zij verzamelde zo’n beetje al die films op video. Het nadeel van VHS was alleen dat je zo’n film in één taal kocht en omdat zij nog geen 10 was, had zij ze allemaal in het Nederlands, waardoor ik ze (ja, ook nu nog!) in het Engels een beetje raar vind. Het klinkt niet. Kweet niet. Met de nieuwere films is het andersom; die zag ik natuurlijk eerst in het Engels (pure liefde voor het ezeltje van Shrek), dus die vind ik in het Nederlands raar (wat een pestezeltje is het dan ineens).

Beauty & the Beast ken ik dus als Belle en het Beest. Alle meisjes zagen zo’n prins best zitten, ik wilde liever z’n bibliotheek. Die prins nam ik dan wel voor lief, alhoewel ik ‘m toen ook al nogal vond tegenvallen als prins. Als Beest was hij gewoon leuker. Gaston vond ik natuurlijk een draak van een vent: “Vrouwtjelief, die m’n voeten masseert” en een boek “waar niet eens plaatjes in staan”, nou nee, dank je de koekoek. Dan had ik nog liever die prins. Maar ja. Toen ging Gaston zíngen en dat veranderde de boel:
“Ja, hallo! Als ie zó klinkt… Kom dan maar door met die geweien aan de muur hoor!” zucht Dat idee.

Een jaar of vijfentwintig later (vorige week dus), zag ik eindelijk The Phantom of the Opera. Niet de Nederlandstalige musical, maar de film uit 2004. Ik zat er direct helemaal in – ik wíst wel dat het een goed verhaal was! – en toen was daar het Spook. Hál-lo! Nooit geweten dat dat Spook zo woest aantrekkelijk was, jongens! Allemachtig! Ik kon dus serieus niet wachten tot dat Spook de titelsong zou inzetten en daarna… Melodieën van de nacht (ok, maar dan in het Engels), want dát nummer (in het Nederlands), oh man! Kippenvel, smelten, knikkende knieën, the works. Dat móest in het Engels ook gewoon goed zijn, dat kon niet anders!

Dat was dus een beetje een anti-climax. Gerard Butler-Spook mag dan onvoorstelbaar knap zijn, als je de stem van Henk Poort-Spook verwacht, valt Gerard Butler-Spook een beetje tegen. In mijn hoofd had het Spook een diepe, volle, warme, duistere en krachtige stem, maar het Spook in de film klonk licht, niet bepaald angstaanjagend, weinig overtuigend. Ik bedoel, als Henk Poort-Spook tegen mij roept: “Zing voor mij!” dan zing ik. Direct. Zonder aarzelen. Ook al zing ik valser dan vals, barsten alle spiegels en werpen de buren zich van ellende van hun balkons, ik zing. Maar roept Gerard Butler-Spook “Sing for me!” dan denk ik “Ja doei, doe het lekker zelf.”

Overigens is de stem van het Spook ook wel echt het enige dat tegenviel aan die film, want verder vind ik ‘m fantastisch. Waardoor ik me begon af te vragen of dat tegenvallen dan niet meer te maken had met de taal. Ik bedoel, ik kende die Nederlandse versie zó goed, misschien zat ’t ‘m daarin – net als bij die Disneyfilms. Dus ik luisterde naar andere Engelstalige versies van The Phantom of the Opera, maar ze vielen allemaal tegen. Behálve de Engelse versie van Floor Jansen en Henk Poort. Henk Poort-Spook is ook in het Engels “Holy shit!” Het lag dus absoluut niet aan de taal, hij is gewoon mijn favoriete Spook. Altijd geweest, zal ook wel altijd zo blijven.

Door de openbaring dat een stem blijkbaar zó veel verschil kan maken, moest ik denken aan het ezeltje van Shrek en aan Gaston. De stemmen van het ezeltje kende ik wel (Eddy Murphy en Frans van Deursen), maar ik had geen flauw idee wie de stem van Gaston had ingesproken, dus dat zocht ik op. Henk Poort. Ik heb eerst een kwartier met open mond van verbazing naar m’n scherm gestaard en daarna een keer of vijftig naar “Gaston” geluisterd. Waarom heb ik dit nooit in de gaten gehad?! Waarom kan ik The Music of the Night niet vinden in een Henk Poort-Spook-versie?! Wat is er mis met de wereld?!

En wanneer gaat Henk Poort de zanggedeeltes van de film nasynchroniseren, potjandorie?!

Pin It on Pinterest