Als strafrechtjurist en promovenda (rechtslinguïstiek) aan de Open Universiteit bestudeer ik hoe woordkeuze, grammatica en vertaling juridische betekenis construeren. Mijn onderzoek richt zich op consent en seksueel geweld in meertalig en rechtsvergelijkend strafrecht.
Een strafbepaling legt niet alleen vast welk gedrag strafbaar is. Ook haar taal verdeelt rollen: wie handelt, wie ondergaat, welke wil of instemming juridisch relevant is en wat bewezen moet worden. Juist wanneer verschillende taalversies of rechtsstelsels vergelijkbare begrippen gebruiken, kunnen onder de oppervlakte andere juridische constructies schuilgaan.
Rechtslinguïstiek maakt die constructies zichtbaar. Niet om te beweren dat één woord automatisch tot een andere rechterlijke uitkomst leidt, maar om precies te onderzoeken welke interpretatieruimte de geschreven norm opent, begrenst of verhult.



