Niemandsland
PhD
PhD
08/30/2026
2 min
0

De onzichtbare tussenfase: tussen ‘we gaan starten!’ en 'ingeschreven'

08/30/2026
2 min
0

Afstudeerdatum 30 juni. Ik was ineens  geen student meer. Maar ook nog geen promovenda. En toen rees de vraag: Wat ben ik dan wél? In april leek het antwoord op die vraag eigenlijk al gegeven, toen ik een mail kreeg van een beoogd begeleider met als onderwerp “we gaan starten!” Veel ondubbelzinniger dan dat wordt het niet. Alleen blijkt dat starten minder een moment dan een proces op zich. Inhoudelijk draait de motor al, administratief rochelt hij eind augustus nog steeds terwijl ik met de choke zit te hannesesen en hoop dat ik hem niet verzuip.

Inhoudelijk bén ik natuurlijk ook al lang en breed begonnen. Nog vóór 30 juni had ik al gepresenteerd op een internationale conferentie, als onderzoeker, ja, maar formeel nog gewoon met een BA-studentstatus en een LL.M in the pocket. Ik ben door het schrijven van een pre-onderzoeksvoorstel om die felbegeerde PhD-status te krijgen verder gegaan met mijn onderzoek dan nodig was voor mijn scriptie, ik spreek dus ook al gewoon over ‘mijn onderzoek’, maar ik heb nog geen groen licht van de universiteit.

En daar begint het taalprobleem. ‘Onderzoeker’ voelt inmiddels volkomen logisch: ik doe onderzoek, presenteer het op conferenties en schrijf inhoudelijke stukken op Substack. Maar ‘promovenda’ is iets anders. Dat woord zegt niet alleen iets over wat je doet, maar ook over je formele academische status. En precies die status heb ik nog niet.

Maar ondertussen zoek ik al wél weer naar volgende conferenties en calls for papers, heb ik alweer een abstract ingediend, ben ik bezig met de outline voor het volgende abstract, heb ik de voorzitter van een organisatie gemaild met de vraag of ik een seintje zou kunnen krijgen als hun call for papers opent en kreeg daarbij en passant een uitnodiging voor een informele Zoommeeting met die voorzitter en zijn collega… Institutioneel ben ik dus ineens niets, en zweef  ik sinds juni in een soort Niemandsland, officieus gedraag ik me al een tijdje als promovenda, al heb ik geen idee wanneer ik dat officieel ook mag zijn.

Toen het einde van de zomervakantie in zicht kwam, realiseerde ik me dat dat Niemandsland op zich niet eens een probleem is. Ik heb genoeg ideeën uit te werken, een corpus op te zetten, ik zit me niet te vervelen. Maar wat wél een probleem is, is dat met het wegvallen van mijn studentstatus óók mijn toegang zou wegvallen voor de twee databases die je als Nederlandse jurist écht niet kan missen. Saperlipopette…

En daarmee werd mijn semantische identiteitscrisis ineens heel praktisch. Of je op papier student, promovenda, of iets anders bent, bepaalt niet alleen wat je onder je naam kunt zetten; aan zulke labels hangen toegang, mogelijkheden en verwachtingen – en ja, ergens toch ook hoe serieus je wordt genomen.

Omdat mijn pre-voorstel ook alweer een tijdje – sinds begin juni – bij de universiteit lag, besloot ik eind juli mijn begeleider maar eens te mailen. Of ja, mag ik haar wel al zo noemen? Of is ze nog beoogd begeleider? Wat ben ik eigenlijk? Na goedkeuring van het pre-voorstel ben ik volgens de universiteit ‘aspirant'-promovenda’, dus ben ik dan nu aspirant-aspirant-promovenda?

Ik mailde haar over mijn bieb-probleem, ze antwoordde dat degene die haar meer kon vertellen over waar ik nu zo’n beetje in het proces zat pas na 24 augustus weer terug was, en dat ze navraag had gedaan, maar dat ze helaas geen bieb-toegang voor me kon regelen zolang ik geen officieel contract heb.

In de gesprekken met mijn beoogde begeleiders gaat het niet meer over óf ik onderzoek wil doen, maar over het onderzoek zelf en hoe ik dat verder ga vormgeven. Ik ga dus gewoon door, maar op papier ben ik nog niets. Op papier ben ik LL.M, BA. Die douanepost ben ik voorbij. Maar ik ben officieel nog geen promovenda; die douanepost heb ik nog niet bereikt. En dus doe ik wat ik kan. Ik doe onderzoek. Ik schrijf abstracts. Ik zoek naar conferenties. Ik werk als promovenda. Ik word behandeld als promovenda. Maar wat ik officieel ben? Daar lijkt geen woord voor te bestaan. Behalve misschien heel erg gemotiveerd. En ongeduldig.

Reacties
Categorieën