Van poster op mijn muur naar casus in mijn onderzoek
persoonlijk
persoonlijk
07/21/2026
2 min
0

Van poster op mijn muur naar casus in mijn onderzoek

07/21/2026
2 min
0

Het was het voorjaar van 1992 toen een Franse zanger met donker en lang haar en donkere ogen de Nederlandse hitlijsten bestormde. Nog voordat ik ook maar één les Frans had gehad (dat zou pas na de zomer gaan gebeuren, in de brugklas), viel ik als een blok voor de zanger, zijn stem, en zijn taal. Ik weet niet wat me als eerste greep, maar wat het sterkst aanwezig bleef sindsdien, was de taal. De posters van de zanger waren na drie jaar weer van de muur van mijn kamer, zijn nummers kwamen nog af en toe voorbij in mijn afspeellijsten - maar de taal liet me niet meer los. De taal had me zo te pakken dat ik dertig jaar later wekelijks braaf naar de colleges van de studie Franse taal en cultuur ging, ook al had ik al een master of laws op zak.

Lange tijd liepen die twee liefdes vrij netjes naast elkaar: het strafrecht aan de ene kant, het Frans aan de andere. Tot ik in het zedenstrafrecht steeds vaker bleef haken aan woorden die veel vanzelfsprekender klinken dan ze zijn. Wat betekent ‘tegen de wil’ eigenlijk? Wanneer spreken we over consent, en verandert het antwoord wanneer de wet in een andere taal is geschreven?

Voor mijn scriptie kwam ik terecht in Zwitserland, waar dezelfde verkrachtingsbepaling in het Duits, Frans en Italiaans bestaat. Ik legde de drie taalversies naast elkaar en verdween steeds dieper in de woorden, de zinnen en het recht erachter. Van Zwitserland liepen de lijnen door naar Duitsland en Frankrijk. Tijdens het schrijven besefte ik dat recht en taal geen twee liefdes waren waartussen ik moest kiezen. Ze waren allebei aparte stukjes van een veel grotere puzzel.

Het was het voorjaar van 2026 toen er iets onwerkelijks gebeurde: de tijdlijn op mijn Franse social media ontplofte. Ieder derde bericht ging over de zanger, die toen ik 12 was, mijn liefde voor het Frans had laten ontvlammen. Patrick Bruel; de zanger die vierendertig jaar later ineens het onderwerp is in een zedenzaak – exact mijn terrein.

Het 12-jarige meisje in mij is teleurgesteld. Zij droomde heus van deze man, met zijn donkere lokken, die met puppy-ogen “Je t’l’dis quand même” zong, en met wie zij best op het Franse platteland wilde gaan wonen (want “dat was zo goed voor haar Frans”).  En dus ben ik het aan haar verplicht om hier iets mee te doen. Ik kan het niet laten liggen. Niet alleen omdat dit precies mijn terrein is, maar ook omdat de beschuldigingen die geuit zijn teruggaan tot de periode (en zelfs daarvoor nog) waarin hij het Frans in haar hart “Casser la voix”-de. Dat meisje van twaalf en de onderzoeker van nu kijken naar dezelfde man. Zij ziet een poster. Ik zie een delictsomschrijving die in geen twee landen hetzelfde luidt.

---

Binnenkort op Café au Crime: een juridisch-linguïstische analyse van deze zaak (FR)

Reacties
Categorieën